Mijn mening

Over verhalen

Rommelmarkten

leave a comment »

Ik hou van rommelmarkten. Het is een van de beste manieren waarmee mijn ouders mij uit mijn kamer kunnen krijgen. Zolang ik kan herinneren ben ik elke Koninginnedag langs de vele kramen gegaan om de rommel van andere mensen te waarderen en op te kopen. Vermoedelijk niet toen ik nog een baby was, maar je weet maar nooit. Zo rond mijn vierde verjaardag had ik mijn vader kwijtgeraakt in een doe-het-jezelf winkel en besloot ik om naar de auto terug te lopen. Op zich niks opzienbarend, ware het niet dat de auto een paar straten verderop geparkeerd was. Mijn nieuwsgierigheid en innerlijke kompas hebben ervoor gezorgd dat ik op vele plekken ben geweest waar ik eigenlijk niet mocht komen.

Dat is overigens ook een van de redenen dat ik hou van vlooienmarkten; als ik een doolhof zie, krijg ik de drang om het te verkennen. Ik ben pas tevreden wanneer elk hoekje en gaatje is gevonden, onderzocht en uitgevogeld. Dit doe ik niet zozeer voor de details, maar om de sfeer van het moment en de plaats in mij op te nemen. Wanneer ik alles heb gezien van een plek kan ik veel beter een mening vormen en de gebeurtenis herinneren. Als ik vandaag alle kramen in Schagen heb bekeken, zal ik het onbewust vergelijken met de rommelmarkten van voorgaande jaren en zien waar er meer of minder interessante zaken te vinden waren.

Dat brengt mij weer op mijn tweede reden, namelijk dat ik het leuk vindt om nieuwe waarde te geven aan de rommel van anderen. Het zoeken en vinden van merkwaardige spullen tussen schijnbare rotzooi is voor mij erg bevredigend. Een van de beste films die ik ooit gezien, Nuene Reinas, heb ik op een rommelmarkt gevonden. Uiteindelijk bekeek ik de videoband zo vaak dat ik een nieuwe moest kopen. Mijn kamer is wel een wanorde geworden door de vele kasten en planken vol met merkwaardige spullen, maar alles heeft zijn prijs.

De derde reden is dat je met andere mensen ernaar toe kan gaan, zonder dat je elk moment hand-in-hand moet rondlopen. Vaak gaan ik en mijn familie naar een rommelmarkt om dan voor elkander te verdwijnen. Nadat iedereen alles heeft gezien komen we weer tevoorschijn en vertellen we elkaar wat er allemaal gekocht is, maar in de tussentijd is het een groepsactiviteit waarbij je helemaal niks doet met de groep. Voor iemand die niet altijd goed met mensen kan omgaan, of met andere woorden ik, is dit een zeer goede zaak. Daarom hebben mijn ouders het ook regelmatig over deze bijzondere bazaren.

Ik ga deze ochtend zeker met plezier, een volle portemonnee en een lege tas naar het centrum. Hopelijk vind ik dit jaar weer een kraam met Warhammer Fantasy dozen, of anders eindelijk een Garret P.I. boek van Glen Cook. Helaas komt Koninginnedag maar een keer per jaar langs. Gelukkig zijn er vlooienmarkten, kringlopen en kofferbakmarkten om mij te troosten totdat de koningin weer jarig is.

Written by caernath

april 30, 2011 at 21:59

Geplaatst in Columns

Nooit wakker zijn

leave a comment »

Ik kan eerlijk zeggen dat ik vrijwel nooit wakker ben. Het is niet zo dat ik in de midden van de dag in slaap kan vallen. Het is wel zo dat ik een constante mist in mijn hoofd heb, en het enige verschil van dag tot dag is hoe dik de mist is. De nacht voordat ik dit schrijf heb ik hoogstens twee uur geslapen.

Het zou leuk zijn als mijn slaaptekort te verwijten ligt aan een of andere Casanova-levensstijl, maar de waarheid is dat ik moeite heb om in slaap te vallen. Ik heb een zeer grote fantasie, en dat is in dit geval niet gunstig. Het zorgt er namelijk voor dat ik vrijwel altijd iets heb om over te denken. Nadat ik in bed ben gaan liggen, duurt het vaak een paar uur totdat mijn brein klaar is met piekeren over mijn laatste opdracht, of dat het boek dat ik nu lees wel of niet een goed plot bevat, of dat ik misschien onze poes Wokkel te veel verwen.

Ja, ik heb medicijnen geprobeerd. Pilletjes, oefeningen, drankjes, diėten en zelfs een machine waarbij mijn benen in een kleine figuur-acht gedraaid worden zodat ik meer adem als een dolfijn. Tot nu toe heeft niks een normale nachtrust opgeleverd. Dit slaapgebrek heeft er weer voor gezorgd dat ik nooit honderd procent tevreden ben met mijn werk, omdat ik niet echt wakker ben. Er is altijd een klein detail dat mij ontglipt, of een zin die niet klopt of wat anders. Irritatie is een te klein woord om mijn gevoelens hierover te omschrijven.

Ik weet niet meer of ik een mooie afsluiter in gedachten had toen ik begon met schrijven. Laat ik maar met wat positiefs eindigen; hoewel mijn fantasie en denkvermogen ervoor zorgt dat ik nooit wakker ben, het geeft mij in ieder geval veel inspiratie om te schrijven.

Written by caernath

februari 28, 2011 at 00:11

Geplaatst in Columns

Western-soundtracks als brandstof

leave a comment »

Als anderen zien dat ik naar muziek zit te luisteren of iets zoek op de radio, dan is er een grote kans dat het onderwerp van de discussie omslaat naar muziek. Dat ligt deels aan mij: ik ben een vrij stil mens die niet erg snel of actief aan discussies meedoet. Als ik dan interesse in iets toon dat bekend is bij mijn vrienden en familie, dan springen ze er ogenblikkelijk op. Vaker wel dan niet lopen deze dialogen helaas op niks uit. Ik vind het wel interessant om over individuele liedjes te praten, hun positieve en negatieve aspecten en de algehele sfeer die ze opbrengen. De makers van de muziek in kwestie laten mij echter Siberisch. Hetzelfde geldt voor genres, albums en playlists. Ik heb twee redenen voor mijn gevoelens over muziek. De eerste is dat ik simpelweg geen favorieten heb; van vrijwel elk genre of band is er wel een melodie die ik leuk vind om te horen. De tweede reden is dat ik mezelf geen typische liefhebber van muziek kan noemen. Ik hou niet van muziek: ik verslind het.

Mijn autisme heeft mij veel last bezorgd, maar ook een talent waarmee ik niet zonder zou kunnen leven: een groot vermogen tot fantasie en denkverbeelding. Muziek is daar een groot deel van. Ik bedoel daarmee niet dat ik zelf veel liederen of zangteksten verzin. Ik luister naar muziek omdat het mij helpt om in de juiste stemming te komen en daar te blijven. Het is brandstof voor mijn gedachteprocessen. Daarom heb ik ook weinig tot geen favorieten wat betreft de makers of genres van muziek. Liedjes uit de jaren zestig, deuntjes uit tekenfilms, soundtracks van westerns, het is allemaal goed. Voor mij is het belangrijkste dat het past bij mijn stemming, verhaal of gedachte. Dat brengt mij naar mijn tweede reden.

Als ik een nieuwe melodie hoor die ik mooi vind of toepasselijk is voor mijn stemming, dan speel ik het vaak twintig keer of meer achter elkaar af. Eenmaal bezig met een idee of verhaal blijf ik ook bezig met dat idee of verhaal, en dus zal ik blijven luisteren naar de muziek die daarbij past. Elk woord, elk moment van het lied wordt herhaald totdat ik de melodie kan horen zonder de speakers aan te zetten. Als ik met anderen ben, kan dat natuurlijk niet; de meeste mensen luisteren naar albums van hun idolen of persoonlijke verzamelingen van hun favoriete liedjes, in plaats van constant op replay te drukken. Ik heb tijdens mijn schooldagen genoeg irritante liedjes gehoord van net zo irritante klasgenoten om te voorkomen dat ik zelf dergelijke overlast bezorg.

Uiteindelijk verveelt de melodie mij of krijg ik een ander verhaal in mijn hoofd. Dan ga ik op zoek naar onbekende liedjes of oude favorieten die geschikt zijn voor mijn nieuwe stemming. Net zoals mijn manier van luisteren is het een steeds herhalende cyclus. Ik betwijfel dat er veel mensen zijn die dit een elegante methode vinden om van muziek te genieten. Dat kan ik begrijpen. Ze luisteren ernaar om andere redenen dan ik, waardoor ze ook andere verwachtingen ervan hebben. Het is echter wel de manier waarop ik niet alleen van muziek geniet, maar ook mijn eigen ideeën verfijn en verbeter. Meer kan ik niet ervan vragen.

Written by caernath

januari 9, 2011 at 21:48

Geplaatst in Columns

Horror

leave a comment »

Mijn relatie met horror is letterlijk een liefde-haat-verhouding. Vroeger, toen ik nog klein was en mijn sublieme snor nog niet gegroeid was, was mijn grote fantasie een groot nadeel en was ik doodsbang voor het donker. Dat veranderde op de dag dat ik het bordspel HeroQuest in mijn handen kreeg. De nacht daarop zat ik verscholen in mijn deken, overtuigd dat de kleine groene miniaturen uit de speldoos en naar mijn bed aan het klimmen waren. Eerst wou ik het bordspel weg doen, maar ik was gefascineerd door het verhaal van HeroQuest. De wereld van ondode monsters en duistere krijgers was nieuw en spannend voor mij. Dus speelde ik het meer en meer, totdat ik realiseerde dat ik er niet langer bang voor was.

Daarbij stopte mijn plotselinge interesse in horror niet. Nu lees ik verhalen van H.P. Lovecraft over massieve wangedrochten van goden, met namen zoals Cthulhu die mensen niet eens kunnen verwoorden omdat we niet de juiste spraakorganen daarvoor hebben. Ik kijk films zoals The Thing van John Carpenter, Session 9 van Brad Anderson of The Killing Gene van Tom Shankland. Mijn favoriete genres zijn donkere fantasie en science fiction, met depressieve maar realistische karakters en werelden.

Het donker boezemt mij nu weinig angst voor in, hoewel ik nog wel een zaklamp bij mijn bed hou, voor de zekerheid.

Written by caernath

december 6, 2010 at 20:28

Geplaatst in Columns

Kijk op stage

leave a comment »

Ik zie een persbericht over een onderzoek naar stagiairs en de begeleiding die zij van school en stagebedrijf krijgen. Dit wekt snel mijn interesse op, aangezien ik op het moment zelf een stagiair ben bij de Schager Courant. Uit het onderzoek blijkt dat veel studenten de stagebegeleiding vanuit school onvoldoende vinden, de stagebegeleiding van bedrijven vaak beter is dan die van school en dat een kwart van de studenten pas een maand voor aanvang begint met het zoeken van een stage.

In mijn eigen ervaring kan de begeleiding vanuit school inderdaad veel beter, vooral tijdens de stage. Wanneer ik dit schrijf zit ik in de derde week van mijn stage en ik heb nog niks gehoord van mijn stagementor van school.
Ik ben het ook eens met de conclusie over de begeleiding van bedrijven. Ik kan eerlijk zeggen dat ik meer heb geleerd over journalistiek tijdens mijn stages dan dat ik tijdens mijn opleiding heb gedaan.

Tevens heb ik ervaring met het (te) laat beginnen met het zoeken naar een stageplek. Maar terwijl het onderzoek de schuld legt bij de scholen voor late en incomplete informatie, was het bij mij een kwestie van gemakzucht. Jammer dat ik niet alle fouten kan afschuiven op school, maar eerlijk is eerlijk.

Written by caernath

oktober 24, 2010 at 23:16

Geplaatst in Columns

Op zoek naar de digitale ervaring

leave a comment »

Het geschreven woord is belangrijker voor mij dan het gesproken woord. Dat komt deels, omdat ik gewoonweg niet goed uit de voeten kan met het gesproken woord. Daarnaast kan ik mezelf beter uitdrukken via mijn schrijfvaardigheden en ben ik een snellezer. Het zal dan ook waarschijnlijk niemand verbazen als ik zeg dat ik veel over e-books weet, ware het niet dat het een complete leugen zou zijn.

Persoonlijk heb ik zelf nooit veel aandacht besteed aan e-books of e-readers. Mijn interesse gaat voornamelijk uit naar psychologische horror, donkere fantasie en science fiction, genres die vrij obscuur zijn.

Dat betekent weer dat veel van de verhalen die ik wil lezen niet verkrijgbaar zijn bij de boekhandel, laat staan in digitale vorm. Ik weet wel wat over e-books dankzij mijn vrienden en connecties op het internet, maar het enige uit mijn eigen ervaringen wat dichtbij komt zijn oude, korte verhalen die nu online staan. Twee favorieten van mij zijn The Shadow Over Innsmouth van H.P. Lovecraft en het gedicht The Raven van Edgar Allen Poe, die beide beschikbaar zijn op Wikipedia.

Toen ik me realiseerde dat ik weinig over e-books weet, was ik eigenlijk verbaasd over mezelf. Ik besloot er wat aan te doen.

Laatst ontdekte ik dat Kopgroep Bibliotheken een website met een digitale bibliotheek heeft. Eenmaal op de website zoek ik naar boeken van mijn favoriete schrijvers. Een ‘Garret, P.I.’ verhaal van Glen Cook? Nee. Misschien iets van de Nederlandse schrijver W.J. Maryson? Niks. William King? Noppes. Michael Moorcock? Nada. Stephen King? Weer niets, wat mij verbaast aangezien King al drie exclusieve e-books heeft geschreven.

Uiteindelijk kijk ik naar oude klassiekers en vind ik The Divine Comedy, een epos uit de viertiende eeuw van de dichter Dante Alighieri. Een goede keuze voor mij, vooral omdat ik achter de complete context van de bekende quote “Abandon all hope, ye who enter here” wil komen. Ik ben nu een kwart door The Divine Comedy heen, en om eerlijk te zijn ervaar ik weinig verschil tussen een boek en e-book. De nadruk ligt hier op ‘ervaren’; zelfs voor een kleuter is het overduidelijk dat een papieren bundel anders is dan een computerscherm. Mijn punt is dat terwijl ik een e-book lees ik niks voel of denk dat ik niet bij een ouderwets boek zou doen. Het medium waarmee ik het verhaal lees is anders, maar het heeft voor deze boekenworm geen effect op het verhaal zelf.

Voor mij was de digitale ervaring dus helaas niks bijzonders.

Written by caernath

oktober 12, 2010 at 22:46

Geplaatst in Columns

Blade Runner

leave a comment »

Deze science-fiction 1982 film van Ridley Scott is licht gebaseerd op het boek Do Androids Dream of Electric Sheep?, geschreven in 1968 door Philip K. Dick.

De film speelt zich af in Los Angeles in 2019. De wereld is na eenWereldoorlog in verval geraakt. De mens is de ruimte gaan koloniseren. Om deze nieuwe vestigingen in het heelal te bevorderen heeft de Tyrell Corporation onder het motto “menselijker dan de mens” de meest geavanceerde androïden ontwikkeld voor allerlei functies, zoals het ontginnen van mijnen, vechten in oorlogen en zelfs prostitutie. Daarnaast hebben de androïden hun eigen persoonlijkheid, emoties en een gemiddelde levensduur van vier jaar. Van deze ‘replicanten’ zijn de Nexus 6-reeks nauwelijks van mensen te onderscheiden, wat een groot nadeel blijkt te zijn nadat blijkt dat hoe meer levenservaring ze krijgen, des te meer ze hun eigen leven willen en rebelleren tegen hun eigenaars.

Een groep van vijf replicanten onder leiding van Roy Batty (Rutger Hauer) is op Aarde terechtgekomen. De groep replicanten zoeken hun maker, de briljante uitvinder dokter Eldon Tyrell (Joe Turkel), om hun levens langer te maken. De vier jaar van Batty zijn bijna op, en indien hun zoektocht mislukt zal hij zeker sterven.

Onze held is Rick Deckard (Harrison Ford), een speciale agent – een Blade Runner – wiens taak het is om de replicanten uit te schakelen. In zijn zoektocht ontmoet hij dokter Tyrell en zijn dochter Rachael (Sean Young), een vrouw die snel de gedachten van Deckard domineert. Daarnaast zijn de androïden niet bereid om stilletjes te sterven, en de Blade Runner heeft nog een lange weg te gaan om te overwinnen van de replicanten en zichzelf.

Harrison als Rick Deckard heeft een replicant in zicht (Foto: IMDB)

Wat ik leuk vind

Als ik deze film in één woord moest uitleggen, dan is dat ‘stijl’. Elke scène is een lust voor het oog. Het decor en omgeving van de Aarde en de gebouwen, de kostuums van de bewoners, de technologie en zelfs de verzonnen taal Cityspeak vormen tesamen een realistische wereld waarin een kijker zich snel in kan verliezen. De prestaties van de acteurs zijn eveneens goed en overtuigend, met vele momenten die voor lang gekerfd in mijn geheugen blijven. Het heeft ook een vrij boeiende kijk op filosofie en ethiek, over de dood en onsterfelijkheid

Wat ik niet leuk vind

Er zijn een aantal momenten waarbij de stijl van de film belangrijker wordt dan het verhaal. Dokter Tyrell toont geen enkele vrees voor zijn (gevaarlijke) creaties, maar geeft nooit een reden waarom – zelfs als hij in dezelfde kamer is met hun. De Blade Runners zijn normale, menselijke agenten die dodelijke kunstmensen uitschakelen en blijkbaar altijd alleen werken, met weinig tot geen hulp van de regering. Een goed voorbeeld waarbij stijl de toon voert is het alternatieve einde, die ik hier niet verder zal openbaren. Geïnteresseerden moeten maar de film zelf gaan kijken of de Wikipedia pagina bekijken. Punt is dat het alternatieve einde (het gedrag van) vrijwel iedere personage zodanig veranderd opdat ze allemaal sukkels of klootzakken worden. Het brengt veel te veel vragen op met geen zinnige antwoorden.

Conclusie

Blade Runner is een prachtige en aantrekkelijke ervaring voor de kijker, en brengt veel ethische en filosofische thema’s en vragen op. Vragen over het plot kunnen echter better genegeerd worden.

Written by caernath

juli 4, 2010 at 23:38

Geplaatst in Films